ECLI:NL:PHR:2005:AS9314
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verdachte als getuige in strafproces inzake vordering benadeelde partij
De verdachte is door het hof veroordeeld voor verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Tijdens de procedure heeft de verdediging verzocht om diverse getuigen op te roepen, waaronder de verdachte zelf als getuige in het kader van de vordering van de benadeelde partij. Dit verzoek is door het hof afgewezen omdat de verzoeken te algemeen waren gemotiveerd en geen relevantie hadden voor de bewezenverklaring of te nemen beslissingen.
De verdediging stelde dat het beginsel van equality of arms werd geschonden doordat de benadeelde partij als getuige onder ede werd gehoord, terwijl de verdachte dit niet kon. De Hoge Raad oordeelt dat het Nederlandse strafproces niet toestaat dat een verdachte als getuige wordt gehoord, om hem niet voor een duivels dilemma te plaatsen tussen het spreken van de waarheid en het plegen van meineed.
Verder is geoordeeld dat het oproepen van getuigen voor de civiele vordering van de benadeelde partij het strafproces zou kunnen overschaduwen, wat niet is toegestaan. De Hoge Raad vernietigt het arrest slechts voor wat betreft de opgelegde straf wegens overschrijding van de redelijke termijn, vermindert deze straf, en verwerpt de overige klachten.
Uitkomst: Verzoek verdachte om als getuige te worden gehoord in strafproces inzake vordering benadeelde partij wordt afgewezen; straf wordt verminderd wegens overschrijding redelijke termijn.