Conclusie
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, keert zich tegen de afwijzing door het Hof van het verzoek van de verdediging tot het horen van het viertal getuigen. Volgens het middel valt uit de overwegingen van het Hof niet af te leiden welke wettelijke maatstaf het Hof daarbij heeft toegepast.
tweede middelricht zijn pijlen eveneens op ’s Hofs afwijzing van het verzoek van de verdediging tot het horen van het viertal getuigen. Ook indien op het verzoek de maatstaf van art. 315 Sv Pro – dat wil zeggen het noodzakelijkheidscriterium – van toepassing zou zijn, blijkt uit de motivering van de afwijzing niet dat het Hof dit criterium daarbij heeft gehanteerd.
derde middelbevat de klacht dat, indien in de overwegingen van het Hof naar aanleiding van het verzoek van de verdediging tot het horen van het viertal getuigen de door het Hof gehanteerde maatstaf wel kan worden onderkend, het oordeel van het Hof dat de verdediging in de gelegenheid is gesteld getuigen te horen van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, dan wel onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd, nu in dat geval in dat oordeel besloten ligt dat de verdediging had kunnen en moeten voldoen aan de voorwaarde die de RHC aan het doen plaatsvinden van de getuigenverhoren heeft verbonden.
Aan te leggen maatstaven
“Procedure in hoger beroep
BESLISSING
uiterlijk 3 werkdagen voorafgaande het verhoorper e-mail een opgave te doen van de vragen met betrekking tot ieder der getuigen. (…)
"van de verdediging niet kan worden geverfd dat zij haar verzoek (tot het oproepen van de getuige) verdergaand motiveert dan nodig is voor de rechter om te kunnen beoordelen of aan deze maatstaf (van artikel 288, lid 1 Sv) is voldaan..."
1 juli 2011de gelegenheid uw vragen in te dienen.
Beleid van de rechtbank en het hof Arnhem
Inleiding
Nadat het eerste certificaat was verkocht hebben wij de andere
anderekant van deze partij-autonomie centraal, te weten de vrijheid om zonder voorafgaande rechterlijke toetsing de eigen processtrategie en procestactiek te ontwikkelen. Onder die vrijheid begrijpen wij mede de vrijheid om zonder voorafgaande rechterlijke toetsing de tactiek rond de verhoren van door de rechter reeds toegewezen getuigen te ontwikkelen en ten uitvoer te brengen. Zonder die ruimte kan van echte partij-autonomie immers geen sprake zijn.
inzageafdwingt, maar dat sprake is van
voorafgaande toetsingvan de vragen die de verdediging aan een getuige overweegt te stellen. Dat achten wij ten principale onaanvaardbaar, en in overtreffende zin onverenigbaar met art. 6, eerste lid, EVRM.
nietmoeten worden gesteld.
voornemensis aan de getuige te stellen. Over zo'n lijst kan nog tot de aanvang van het verhoor - ja zelfs nog tijdens een schorsing of onderbreking van het verhoor - overleg plaatsvinden tussen raadsman en verdachte. Pas bij gelegenheid van het verhoor, en naar aanleiding van hetgeen tijdens het verhoor voorvalt, wordt de definitieve beslissing genomen. Tot het moment waarop de vraag feitelijk en daadwerkelijk aan de getuige wordt
gesteld, bestaat zij slechts in de boezem van de verdediging als
mogelijk te stellenvraag.
Getuigenverzoeken
'Gezien het geruime aantal vragen dat ik heb voor de getuigen, vrees ik dat er niet voldoende tijd is ingepland. Omdat de vragenlijst nog in ontwikkeling is, kan ik u deze nog niet toesturen. Wel treft u in de bijlage aan de onderwerpen waarover ik de verschillende getuigen wil bevragen. Om een indruk te geven van het aantal vragen, voor [betrokkene 1] heb ik op het onderwerp 'ervaring' al meer dan 40 vragen.'
het antwoordop de vraag te beletten, en - anders dan de RHC in haar schrijven kennelijk meent [14] - niet het stellen van de vraag, hetgeen natuurlijk niet wegneemt dat procespartijen verzocht mag worden volstrekt irrelevante vragen weg te laten. [15]
verplichtenvooraf (bijvoorbeeld drie dagen voor het geplande getuigenverhoor) de vragenlijst aan het kabinet toe te sturen, op straffe van het afblazen van het getuigenverhoor en vervolgens (op de terechtzitting) het afwijzen van een herhaald verzoek tot het horen van diezelfde getuigen op de grond dat de verdediging geen gebruik heeft willen maken van de gelegenheid die haar inzake het horen van de opgegeven getuigen is geboden, zoals in de onderhavige zaak het geval is. [18] Het thans bestreden beleid van het Hof heeft ongetwijfeld in de praktijk voor talrijke zaken een nuttige functie (gehad), maar is bij gebreke van een rechtsgrond niet afdwingbaar.
nietis geboden maar aan haar is ontnomen en de verdediging juist
welin de gelegenheid gesteld wilde worden om het viertal getuigen te horen.
vierde middelklaagt dat het recht van verzoekster op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM Pro is geschonden, nu zij in hoger beroep niet is berecht door een “impartial tribunal” als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM en/of haar in art. 6, derde lid onder d, EVRM gegarandeerde recht op het ondervragen van getuigen is geschonden.