ECLI:NL:PHR:2005:AT1089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van benadeling faillissementsschuldeisers door zekerhedentoezegging en hypotheekverstrekking
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de curator in het faillissement van [A] B.V. tegen ABN AMRO Bank N.V. De curator vorderde nietigverklaring van hypotheken die door [A] aan de bank waren verstrekt, stellende dat deze zekerheden benadeling van andere faillissementsschuldeisers opleverden in de zin van art. 42 Faillissementswet Pro.
De procedure kende meerdere fases, waaronder een eerdere cassatie waarbij de Hoge Raad het hof oordeelde dat het beroep van de curator op het onverplichte karakter van de zekerhedentoezegging niet onterecht was afgewezen. De zaak werd verwezen voor hernieuwde beoordeling. Het hof Arnhem concludeerde dat de toezegging onverplicht was, maar dat de curator onvoldoende had onderbouwd hoe de extra kredietruimte na 5 november 1993 was gebruikt en welke gevolgen dit had voor de verhaalsmogelijkheden van andere schuldeisers.
De Hoge Raad bevestigt dat bij de beoordeling van benadeling niet alleen de zekerhedentoezegging moet worden bekeken, maar ook de daartegenover staande extra kredietverlening. Benadeling bestaat slechts indien deze handelingen hebben geleid tot vermindering van het eigen vermogen van de failliet of tot een lager uitkeringspercentage voor andere schuldeisers. De curator heeft nagelaten dit voldoende te onderbouwen, waardoor de vorderingen niet toewijsbaar zijn.
De Hoge Raad verwerpt de klachten van de curator over de motivering van het hof en het bewijsvermoeden van benadeling. Ook het betoog dat de bank het tegenbewijs moet leveren faalt, omdat de stelplicht en bewijslast bij de curator liggen. De beslissing van het hof wordt bekrachtigd, waarmee de vorderingen van de curator worden afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen van de curator tot nietigverklaring van de hypotheken worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van benadeling.