ECLI:NL:PHR:2005:AT1802
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht en redelijke vrees
In deze zaak stond de vraag centraal of de bedreiging met de woorden 'Ik onthou je gezicht en als je in burger loopt dan pak ik je' kwalificeert als een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht in de zin van artikel 285 Sr Pro. De bedreigde was een beveiligingsbeambte die kort daarvoor ook een collega had zien bedreigen door dezelfde verdachte.
Het Hof had geoordeeld dat de bedreiging zodanig was dat bij het slachtoffer de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. De verdachte voerde in cassatie aan dat de tenlastelegging onvoldoende was en dat uit de woorden niet kon worden afgeleid dat sprake was van een bedreiging met een levensmisdrijf.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de tenlastelegging niet onverenigbaar had uitgelegd en dat de omstandigheden, waaronder de eerdere bedreiging van een collega en het feit dat de bedreigde in burger zou worden gepakt, een redelijke vrees konden rechtvaardigen. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de veroordeling wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.