ECLI:NL:PHR:2005:AT2452
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toerekening schulden nieuwe partner bij vaststelling draagkracht kinderalimentatie
In deze zaak staat centraal of het hof terecht een schuld van circa €16.727,- aan de CMV Bank, die op naam van de nieuwe partner van de vader staat, mocht betrekken bij de draagkracht van de vader voor de vaststelling van kinderalimentatie. De vader had een nieuwe gezinssituatie en meerdere schulden, waarvan de schuld aan de CMV Bank het grootste deel uitmaakte. De moeder betwistte dat deze schuld op de vader drukte, omdat deze op naam van diens partner stond en zij niet in haar eigen levensonderhoud voorziet.
Het hof had de draagkracht van de vader vastgesteld op basis van alle schulden, inclusief de betwiste schuld van de partner, en stelde de alimentatie vast op €25 per kind per maand. De vader stelde dat het hof ten onrechte deze schuld aan hem had toegerekend zonder nadere motivering. De Hoge Raad oordeelt dat het hof tekort is geschoten in zijn motiveringsplicht door de betwisting van de moeder niet voldoende te behandelen en onvoldoende te motiveren waarom de schuld van de partner op de draagkracht van de vader zou drukken.
De Hoge Raad benadrukt dat het enkele feit dat de vader een nieuwe partner heeft die niet in haar eigen levensonderhoud voorziet, niet zonder meer rechtvaardigt dat diens schulden de draagkracht van de vader verminderen. Zonder nadere omstandigheden kan een schuld van de partner niet aan de vader worden toegerekend. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek omtrent de toerekening van schulden van de nieuwe partner aan de vader bij de vaststelling van zijn draagkracht.