ECLI:NL:PHR:2005:AT2653
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoep in onteigeningszaak bij overlijden eigenaar
In deze onteigeningszaak heeft de gemeente Sittard-Geleen namens wijlen eiser een vervroegde onteigening gevorderd van percelen die nog op naam van de overleden eiser stonden geregistreerd. De erfgenamen van wijlen eiser hebben in eerste aanleg het verweer gevoerd zonder bezwaar te maken tegen het ontbreken van een derde als verweerder, zoals voorgeschreven in artikel 20 van Pro de Onteigeningswet (Ow).
De Hoge Raad stelt vast dat de Onteigeningswet voorschrijft dat de onteigenende partij mag afgaan op het Koninklijk Besluit (KB) waarin de eigenaar is aangewezen, zonder de juistheid daarvan te hoeven toetsen. Hoewel de erfgenamen het geding hebben voortgezet, kan in cassatie niet op naam van een overleden partij worden geprocedeerd.
De Hoge Raad verwijst naar de parlementaire geschiedenis en eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat het instellen van een cassatieberoep op naam van een overledene niet ontvankelijk is. De schriftelijke toelichting namens de erfgenamen kan deze niet-ontvankelijkheid niet herstellen. Het cassatieberoep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het op naam van een overleden partij is ingesteld.