ECLI:NL:HR:2005:AT2653

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/223HR (1410)
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens overlijden eiser

In deze zaak vorderde de Gemeente Sittard-Geleen bij de rechtbank Maastricht de vervroegde onteigening van bepaalde percelen en de vaststelling van schadeloosstelling aan eiser. De rechtbank sprak op 4 februari 2004 het vonnis uit tot vervroegde onteigening en stelde een voorschot op schadeloosstelling vast. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en stelde vast dat eiser reeds op 27 oktober 1992 was overleden, ruim voor het instellen van het beroep. Hierdoor was het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2005.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens zijn overlijden.

Uitspraak

29 april 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/223HR (1410)
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
laatstelijk wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
DE GEMEENTE SITTARD-GELEEN,
gevestigd te Sittard-Geleen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Gelpke.
1. Het geding in feitelijke instantie
Verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - heeft bij exploot van 19 juni 2003 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Maastricht en gevorderd bij vonnis vervroegd uit te spreken ten name van de Gemeente, in het belang van de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, de onteigening van de percelen kadastraal bekend Gemeente Geleen, sectie [A], nummers [001], [002] en [003], en bij afzonderlijk vonnis vast te stellen de aan [eiser] uit te keren schadeloosstelling.
Bij vonnis van 4 februari 2004 heeft de rechtbank de gevorderde vervroegde onteigening uitgesproken, het voorschot op de schadeloosstelling en de som van de door de Gemeente te stellen zekerheid bepaald en drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank is ten name van [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploot waarbij een andere dan de oorspronkelijke verschijndag is aangewezen, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, althans tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep, dat ten name van [eiser] is ingesteld, is niet-ontvankelijk, aangezien genoemde [eiser] op 27 oktober 1992 is overleden.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 29 april 2005.