ECLI:NL:PHR:2005:AT5160
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wijziging partneralimentatie ondanks niet-wijzigingsbeding bij ingrijpende omstandigheden
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de partneralimentatie die was vastgelegd in een echtscheidingsconvenant met een niet-wijzigingsbeding. De man, die een snackbar exploiteerde, had een aanzienlijk lagere winst behaald dan bij het sluiten van het convenant was voorzien, en was hertrouwd met twee kinderen uit dat huwelijk. Het hof stelde vast dat deze gewijzigde omstandigheden zo ingrijpend waren dat de man naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het beding kon worden gehouden.
De Hoge Raad overwoog dat het niet-wijzigingsbeding krachtens artikel 1:159 lid 3 BW Pro slechts kan worden doorbroken bij een zodanige ingrijpende wijziging van omstandigheden dat het onredelijk is de partij aan het beding te houden. Daarbij is van belang of partijen bij het sluiten van het convenant rekening hebben gehouden met de gewijzigde omstandigheden. In dit geval was het hof terecht tot het oordeel gekomen dat de daling van de winst en de gewijzigde gezinssituatie niet voorzien waren en dat de man daarom niet aan het beding gehouden kon worden.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad de ingangsdatum van de gewijzigde alimentatie, waarbij werd geoordeeld dat de rechter een discretionaire bevoegdheid heeft om deze datum vast te stellen, maar dat een motivering van de keuze noodzakelijk is, vooral bij substantiële wijzigingen. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak terug voor nadere motivering van de ingangsdatum van de alimentatiewijziging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor nadere motivering van de ingangsdatum van de gewijzigde partneralimentatie.