ECLI:NL:PHR:2005:AT5575
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt criteria voor vaststelling partneralimentatie na echtscheiding
De zaak betreft een cassatieberoep van een vrouw tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam inzake partneralimentatie na echtscheiding. De vrouw en man waren in 1996 gehuwd en hebben een dochter uit het huwelijk. Na de echtscheiding wees de rechtbank partneralimentatie toe ten laste van de vrouw aan de man. Het hof bekrachtigde deze beslissing.
De vrouw stelde in cassatie onder meer dat de welstand tijdens het huwelijk niet op juiste wijze was vastgesteld, met name omdat partijen op huwelijkse voorwaarden waren gehuwd en de vrouw privé-gelden had geïnvesteerd in de woning. De Hoge Raad overwoog dat de verplichting tot levensonderhoud haar grondslag vindt in de levensgemeenschap van het huwelijk en niet in de huwelijkse voorwaarden. De welstand wordt bepaald door het gezamenlijke niveau van levensonderhoud, ongeacht wie de kosten droeg.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht rekening hield met het woongenot van de echtelijke woning en andere factoren zoals uitgavenpatroon en vermogensvorming. Het hof mocht bewijsstukken die het onvoldoende relevant achtte, terzijde leggen. Ook de vaststelling van de draagkracht van de vrouw en de behoefte van de man werd niet onbegrijpelijk bevonden. De klachten van de vrouw werden verworpen en het cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de partneralimentatieverplichting van de vrouw ten gunste van de man.