ECLI:NL:PHR:2005:AT7537
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige winning van olie uit aangrenzend concessiegebied op continentaal plat
De zaak betreft een geschil tussen oliemaatschappijen Unocal c.s. en Conoco c.s. over de winning van aardolie uit een grensoverschrijdend olieveld (Loggerveld) op het Nederlandse continentaal plat. Unocal c.s. heeft een vergunning voor blok Q1, terwijl Conoco c.s. een vergunning heeft voor het aangrenzende blok L16a. Conoco c.s. heeft olie gewonnen via boringen binnen 125 meter van de grens met blok Q1, waarbij olie uit het concessiegebied van Unocal c.s. is onttrokken.
De procedure begon met bestuursrechtelijke stappen over een verplichte eenmakingsovereenkomst, die uiteindelijk werd ingetrokken. Vervolgens vorderde Unocal c.s. in civiele procedure een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof oordeelde dat winning van economisch winbare olie uit het concessiegebied van een ander zonder overleg onrechtmatig is.
De Hoge Raad heeft in cassatie diverse juridische vragen behandeld, waaronder de toepasselijkheid van de 'rule of capture', de uitleg van de Mijnwet continentaal plat en het Koninklijk Besluit van 1967, de vraag naar rechtsverwerking, en de beoordeling van schadevergoeding. De Hoge Raad concludeert dat de 'rule of capture' niet geldt in Nederland, dat het exclusieve recht op winning binnen het vergunningsgebied geldt, en dat winning van economisch winbare olie uit het concessiegebied van een ander onrechtmatig is. Tevens is geoordeeld dat een beroep op rechtsverwerking niet slaagt vanwege het ontbreken van gerechtvaardigd vertrouwen.
De zaak is verwezen voor verdere beoordeling van de schade en bewijslevering omtrent de omvang van de onttrokken olie en de economische winbaarheid daarvan. De Hoge Raad bevestigt dat alleen schadevergoeding kan worden gevorderd voor economisch winbare hoeveelheden olie die onrechtmatig zijn onttrokken.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat winning van economisch winbare olie uit het concessiegebied van een ander onrechtmatig is en verwijst de zaak voor verdere behandeling van schade en bewijs.