ECLI:NL:PHR:2005:AT7551
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde straffen en rechtmatigheid van hofbeslissing
In deze zaak heeft het gerechtshof te Amsterdam de tenuitvoerlegging gelast van twee voorwaardelijk opgelegde straffen. Het hof hield daarbij rekening met de mogelijkheid dat deze straffen reeds geheel of gedeeltelijk waren uitgevoerd op grond van eerdere beslissingen, hoewel deze nog niet onherroepelijk waren. Verzoeker stelde dat het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk had moeten verklaren en nader onderzoek had moeten verrichten naar de onherroepelijkheid en uitvoering van eerdere beslissingen.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (HR NJ 2004, 310) waarin is vastgesteld dat het OM in opeenvolgende strafzaken vorderingen tot tenuitvoerlegging van dezelfde voorwaardelijke straf kan indienen en dat meerdere executoriale titels geen nadeel voor de veroordeelde opleveren, omdat een voorwaardelijke straf slechts eenmaal kan worden uitgevoerd. Het hof was daarom niet gehouden nader onderzoek te doen naar de onherroepelijkheid of reeds uitgevoerde executies.
In de onderhavige zaak waren eerdere vorderingen tot tenuitvoerlegging door het OM door de politierechter en kinderrechter niet-ontvankelijk verklaard, maar deze uitspraken waren onherroepelijk geworden. Dit vormde geen beletsel voor het hof om de tenuitvoerlegging te gelasten. De Hoge Raad verwerpt het middel en bevestigt dat het hof juist heeft gehandeld door rekening te houden met eerdere beslissingen zonder nadere toetsing.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het beroep ongegrond is en het arrest van het hof gehandhaafd kan blijven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen door het hof.