Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
bedreiging met zware mishandeling” en het onder 2 bewezenverklaarde “
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken. Daarnaast heeft het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken toegewezen.
1.
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 1, mede gelet op een in dat verband gevoerd uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, ontoereikend gemotiveerd is, voor zover inhoudend de bedreiging met
zwaremishandeling.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij in de penitentiaire inrichting te Almere een tweetal medewerkers heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling. Door middel van een toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging is daar in hoger beroep aan beide feiten de strafverzwaringsgrond als bedoeld in artikel 43a van het Wetboek van Strafrecht toegevoegd.
ik ga je steken” te algemeen zouden zijn, terzijde geschoven en overwogen dat de uitlating voldoende concreet is. Het hof heeft kennelijk geoordeeld het zich lastig laat voorstellen dat (in) iemand snijden met zo’n voorwerp minder ernstige gevolgen dan zwaar lichamelijk letsel kan hebben. [6] Dat oordeel is, gelet op de uit de bewijsmiddelen blijkende omstandigheden waaraan het hof refereert, niet onbegrijpelijk.
tweede middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 2, mede gelet op een in dat verband gevoerd uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, ontoereikend gemotiveerd is, voor zover inhoudend de bedreiging met de dood.
derde middelklaagt dat de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder, onder parketnummer 05‑008564‑13, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken ten onrechte is toegewezen, omdat die vordering reeds eerder is toegewezen.
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Overijssel van 6 februari 2015 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, in de zaak met het parketnummer 05-008564-13. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Wijst toe de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Midden-Nederland van 2 oktober 2017, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 6 februari 2015, parketnummer 05-008564-13, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren.”
volledig tenuitvoergelegd bij 09-819256-17” vermeld. Onder dat parketnummer heeft de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 16 mei 2018, zo blijkt eveneens uit het uittreksel, onder meer twee weken gevangenisstraf opgelegd aan de verdachte. Dat betreft inderdaad de “
volledige tenuitvoerlegging van 05‑008564‑13”. Deze beslissing is op 31 mei 2018 onherroepelijk geworden.