ECLI:NL:PHR:2005:AT8300
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie bij geldboete wegens overtreding WAM
De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens meerdere overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Voor twee feiten werd een gevangenisstraf van zes weken opgelegd en voor een derde feit een geldboete van €250, subsidiair vijf dagen hechtenis.
Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld tegen de bewezenverklaring van de overtreding van de WAM waarvoor de geldboete was opgelegd. De Hoge Raad overwoog dat ex artikel 427 Sv Pro tegen arresten betreffende overtredingen geen cassatieberoep openstaat indien de opgelegde straf niet verder gaat dan een geldboete van maximaal €250, zoals hier het geval was.
Omdat het cassatieberoep uitsluitend betrekking had op dat feit, werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige wegens gebrek aan middelen van cassatie gericht tegen de rest van de uitspraak. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging. Het cassatieberoep werd daarmee afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie tegen de geldboete van €250 wegens overtreding WAM.