ECLI:NL:PHR:2005:AU0841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Fiscale kwalificatie van doorbetaling bij verkoop aandelen met aflopende winstafdracht
In deze zaak gaat het om de fiscale kwalificatie van een doorbetaling door X N.V. aan Vereniging B na de verkoop van aandelen in G B.V. De verkoopovereenkomst bevatte een staffelregeling waarbij bij verkoop binnen vijf jaar een aflopende procentuele afdracht van de meerwaarde aan Vereniging B moest plaatsvinden. Het Hof Amsterdam oordeelde dat X N.V. niet volledig gerechtigd was tot de opbrengst en dat de doorbetaling geen verliespost vormde, waardoor deze niet aftrekbaar was.
De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de doorbetaling niet over het vermogen van de belanghebbende liep en dat het oordeel aan een motiveringsgebrek lijdt. De Hoge Raad benadrukt dat civielrechtelijk alleen de belanghebbende aanspraak kan maken op de koopprijs en dat de doorbetaling niet kan worden gezien als een doorlopende post buiten haar winst. Ook het economische eigendom van de aandelen werd onjuist geïnterpreteerd door het Hof.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de schattingsjurisprudentie en de balansgarantiejurisprudentie, en de verschillen daartussen. De zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nader feitelijk onderzoek over de vraag of sprake is van een prijscorrectie of een earn out regeling en welke waarde aan de voorwaardelijke verplichting moet worden toegekend. Tevens wordt de toepassing van de foutenleer besproken voor het geval de schattingsjurisprudentie van toepassing is.
De Hoge Raad concludeert dat de doorbetaling fiscaal gezien tot de winst van de belanghebbende behoort, tenzij nader feitelijk onderzoek anders uitwijst, en dat het Hof Amsterdam zijn oordeel moet herzien.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader feitelijk onderzoek.