ECLI:NL:PHR:2005:AU1959
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verkeersongeval met lichamelijk letsel en alcoholgebruik
Op 31 mei 2002 veroorzaakte de verdachte een ernstig verkeersongeval op de Botlekweg te Rotterdam door zeer onoplettend en onvoorzichtig te rijden, waarbij hij een vluchtheuvel opreed en tegen een geleiderail botste. De passagier in de auto liep daarbij een hielbeenbreuk op, met een geschatte genezingsduur van ongeveer een half jaar, wat volgens het hof tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van normale bezigheden veroorzaakte.
De verdachte verkeerde ten tijde van het ongeval in staat van alcoholintoxicatie. Het hof veroordeelde hem tot een taakstraf van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis, en legde een rijontzegging op van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk. De Hoge Raad bekeek in cassatie onder meer de vraag of het letsel voldoende ernstig was om te spreken van tijdelijke ziekte of verhindering zoals bedoeld in art. 6 WVW Pro 1994.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewijsmiddelen onvoldoende inzicht gaven in de normale bezigheden van het slachtoffer en dat de genezingsduur slechts geschat was, waardoor de bewezenverklaring ontoereikend was gemotiveerd. Desondanks werd de strafoplegging en motivering door het hof niet onbegrijpelijk geacht. Tevens werd geoordeeld dat het hof niet verplicht was om nader te motiveren waarom een zwaardere straf werd opgelegd dan de eis of de eerdere uitspraak.
De zaak werd vernietigd en verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf en rijontzegging wegens verkeersongeval met lichamelijk letsel onder invloed van alcohol.