ECLI:NL:PHR:2005:AU2053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling militair wegens nalatig in slaap vallen tijdens wachtdienst in Irak
De zaak betreft een militair die tijdens een vredesmissie in Irak op 15 augustus 2003 was belast met wachtdienst op een observatiepost. Hij werd slapend aangetroffen op zijn wachtpost, wat volgens het hof ernstige nalatigheid was die de veiligheid in gevaar bracht. Het hof veroordeelde hem op grond van artikel 108 Wetboek Pro van Militair Strafrecht tot twee maanden militaire detentie en een taakstraf.
De verdediging voerde verweren aan zoals overmacht, afwezigheid van alle schuld en onbevoegd gegeven ambtelijk bevel. Het hof verwierp deze verweren omdat de militair niet alle redelijke maatregelen had genomen om wakker te blijven, met name door op de rand van het dak te gaan zitten terwijl hij vermoeid was. De Hoge Raad bevestigt dat het beroep op artikel 31, tweede lid, Wet militaire strafrechtspraak niet van toepassing is op het zich onttrekken aan de taak als schildwacht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de militair verwijtbaar tekort is geschoten en dat de verweren onvoldoende aannemelijk zijn. Ook het beroep op onbevoegd gegeven ambtelijk bevel faalt omdat het feit van in slaap vallen niet ter uitvoering van het bevel tot wachtdienst is gepleegd. De bewezenverklaring is niet innerlijk tegenstrijdig en de strafrechtelijke maatstaf is juist toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de militair tot twee maanden militaire detentie en een taakstraf wegens nalatig in slaap vallen tijdens wachtdienst.