ECLI:NL:PHR:2005:AU2720
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor kansspelen en speelautomaten in het licht van de Zesde richtlijn
Deze conclusie betreft een ambtshalve onderzoek naar de vrijstelling van omzetbelasting voor kansspelen zoals geregeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel l van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de relatie tot artikel 13B, sub f, van de Zesde richtlijn. De conclusie bespreekt uitvoerig de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) over de uniformiteit en reikwijdte van vrijstellingen voor kansspelen en de discretionaire bevoegdheid van lidstaten om voorwaarden en beperkingen te stellen.
De conclusie benadrukt dat kansspelen een autonoom communautair rechtsbegrip vormen en dat lidstaten de inhoud van vrijstellingen niet mogen wijzigen, maar wel voorwaarden en beperkingen kunnen stellen mits het beginsel van fiscale neutraliteit wordt gerespecteerd. Dit beginsel vereist gelijke fiscale behandeling van soortgelijke en concurrerende activiteiten. De conclusie bespreekt de problematiek rond speelautomaten, die in Nederland expliciet zijn uitgesloten van de kansspelvrijstelling en onder de omzetbelasting vallen, en vergelijkt deze met casinospelen die wel vrijgesteld zijn.
Verder wordt ingegaan op de fiscale behandeling van speelautomaten op kermissen, die onder het verlaagde tarief vallen, en de mogelijke concurrentieverhoudingen tussen verschillende soorten kansspelen en speelautomaten. De conclusie stelt dat het onderscheid tussen kansspelautomaten en overige kansspelen flinterdun is en dat in voorkomende gevallen speelautomaten fiscaal gelijk behandeld zouden moeten worden als andere kansspelen. De rechter kan echter alleen in concreto toetsen of sprake is van concurrerende activiteiten.
Tot slot wordt geconcludeerd dat geen ambtshalve grond bestaat om tot cassatie over te gaan, maar dat de wetgever alert moet blijven op ontwikkelingen in de kansspelenbranche en de fiscale behandeling van speelautomaten en kansspelen mogelijk moet heroverwegen.
Uitkomst: Geen ambtshalve cassatiegrond; advies tot heroverweging fiscale behandeling kansspelautomaten en kansspelen.