ECLI:NL:PHR:2006:AU2303
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de 35%-regeling voor een uit het buitenland aangeworven beroepsvoetballer
Belanghebbende, een Braziliaanse beroepsvoetballer, werd in 1999 door een Nederlandse voetbalclub (A) uit het buitenland aangeworven en verhuisde naar Nederland. Hij vroeg toepassing van de 35%-regeling aan, een fiscale regeling die buitenlandse werknemers een forfaitaire belastingvrije vergoeding geeft voor extra kosten van tijdelijk verblijf in Nederland. De inspecteur wees het verzoek af omdat belanghebbende bij aanvang van de dienstbetrekking al in Nederland woonde.
Het hof oordeelde dat belanghebbende wel als uit het buitenland aangeworven werknemer moest worden beschouwd en dat hij recht had op toepassing van de regeling, maar kende hem onterecht de 30%-regeling toe zonder een beschikking en zonder een looptijd te bepalen. De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat het hof de procedures had moeten scheiden en dat de inspecteur het bezwaar terecht heeft afgewezen vanwege het ontbreken van een beschikking.
De Hoge Raad bevestigt dat belanghebbende uit het buitenland is aangeworven, ook al was hij al langer dan een jaar in Nederland bij aanvang van de dienstbetrekking. Wel benadrukt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of het beleid van de inspecteur om een tewerkstellingsvergunning te eisen voor toepassing van de regeling bij beroepsvoetballers gerechtvaardigd is. De zaak wordt terugverwezen om deze aspecten nader te onderzoeken en om de looptijd van de regeling correct vast te stellen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de toepassing en looptijd van de 35%- en 30%-regeling.