ECLI:NL:PHR:2006:AU3125
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen staatssteun bij afvalstoffenbelasting zonder dwingend bestemmingsverband
X B.V. kreeg een naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting opgelegd over de periode 1 januari tot en met 3 juli 1995. Na afwijzing van bezwaar en ongegrondverklaring van beroep bij het Hof Arnhem, stelde X B.V. cassatie in bij de Hoge Raad.
De zaak betrof onder meer de vraag of X B.V. en haar papierfabrieken één inrichting vormden voor toepassing van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm), en of het water in grove rejects als afvalstof kwalificeert. Tevens werd betoogd dat de heffing in strijd was met het verbod op staatssteun uit artikel 88, lid 3, EG-Verdrag.
De Hoge Raad volgt het Hof en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) in de uitleg dat alleen bij een dwingend bestemmingsverband tussen heffing en steunmaatregel sprake is van een integrerend onderdeel van staatssteun. Omdat in deze zaak geen zodanig verband bestaat, kan X B.V. zich niet beroepen op de rechtstreekse werking van het verbod op staatssteun. Ook het gelijkheidsbeginsel en de kwalificatie van water in grove rejects als afvalstof worden door de Hoge Raad verworpen.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van het Hof Arnhem.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt ongegrond verklaard; de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting blijft in stand.