ECLI:NL:HR:2002:AB2884
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over afvalstoffenbelasting en steunmaatregelen onder EG-Verdrag
De zaak betreft een geschil over de afvalstoffenbelasting geheven over januari 1995 door Streekgewest Westelijk Noord-Brabant. Belanghebbende betwist de heffing wegens het ontbreken van goedkeuring van steunmaatregelen door de Europese Commissie, en stelt dat de belastingheffing onlosmakelijk verbonden is met vrijstellingen en tegemoetkomingen die als steunmaatregelen gelden.
Het Gerechtshof had een gedeeltelijke teruggaaf verleend, waarna zowel belanghebbende als de Staatssecretaris beroep in cassatie instelden. De Hoge Raad onderzoekt of de afvalstoffenbelasting zelf als steunmaatregel moet worden aangemerkt, mede gelet op de relatie met vrijstellingen en verminderingen, en of belanghebbende zich op het verbod van uitvoering van niet-goedgekeurde steun kan beroepen.
Vanwege onduidelijkheid over de uitleg van artikel 88, lid 3, EG-Verdrag (voorheen artikel 93), legt de Hoge Raad meerdere prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie. De vragen betreffen onder meer de directe werking van het verbod, de reikwijdte van steunmaatregelen, en de gevolgen van een latere goedkeuring door de Commissie.
De Hoge Raad schorst de procedure en wacht de uitspraak van het Hof van Justitie af voordat verdere beslissingen worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de kwalificatie van afvalstoffenbelasting en steunmaatregelen.