ECLI:NL:HR:2002:AD9878
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over rechtmatigheid naheffingsaanslag overschotheffing Meststoffenwet en prejudiciële vragen EG-Verdrag
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag overschotheffing Meststoffenwet voor het jaar 1988, die na bezwaar en beroep bij het Hof gedeeltelijk werd verminderd. De Inspecteur had de aanslag ambtshalve verlaagd, maar het Hof handhaafde deze vermindering. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de vraag of de naheffingsaanslag onrechtmatig is omdat de onderliggende steunmaatregel voor het vervoer van mest van hoge kwaliteit niet tijdig was aangemeld bij de Europese Commissie, zoals vereist door artikel 93 lid 3 EG Pro-Verdrag. De overschotheffing wordt deels gebruikt voor de financiering van deze steunmaatregel, waardoor de vraag rijst of de heffing zelf ook onder het verbod van voortijdige uitvoering valt.
De Hoge Raad overweegt dat de nationale rechter slechts de rechtmatigheid van de aanslag kan toetsen, inclusief de rechtmatigheid van de invoering van de wettelijke regeling waarop de aanslag berust. Gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie kan voortijdige uitvoering van steunmaatregelen de geldigheid van uitvoeringshandelingen aantasten. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de reikwijdte van het verbod tot uitvoering van steunmaatregelen en de toepassing daarvan op heffingen die de financiering daarvan dienen.
De procedure wordt geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet over deze vragen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren van de Hoge Raad, waarbij het geding is aangehouden voor prejudiciële beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de toepassing van artikel 93 lid 3 EG-Verdrag op de heffing.