ECLI:NL:PHR:2006:AU3715
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over samenloop van WAM-verzekeringen en uitleg uitsluitingsclausules bij alcoholgebruik
In deze zaak staat de vraag centraal welke verzekering dekking moet verlenen bij samenloop van twee WAM-verzekeringen en of de bestuurder met een te hoog alcoholpromillage wettelijk bevoegd was een motorrijtuig te besturen. Op 8 mei 1999 veroorzaakte betrokkene 2 een aanrijding met een leenauto, verzekerd onder een garageverzekering bij London, terwijl zijn eigen auto verzekerd was bij Aegon. Betrokkene 2 had een bloedalcoholpromillage van 1,68, ruim boven de wettelijke limiet.
De rechtbank stelde vast dat de samenloopclausule van London een harde samenloopclausule was en die van Aegon een zachte, waardoor Aegon dekking moest verlenen. Het hof vernietigde dit en wees de vorderingen van London af, stellende dat betrokkene 2 wettelijk niet bevoegd was het voertuig te besturen vanwege het hoge alcoholpromillage, en dat de uitsluitingsclausule van Aegon daarop van toepassing was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting huldigde omtrent de wettelijke bevoegdheid tot besturen onder invloed, aangezien het rijbewijs geldig was en de rijbevoegdheid pas door rechterlijke maatregel kan worden ontzegd. Tevens stelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte de positieve zijde van de devolutieve werking van het hoger beroep miskende door niet alle grondslagen van London te onderzoeken. De uitleg van de samenloopclausules wordt bevestigd, waarbij harde samenloopclausules alleen die met een 'wegdenktournure' zijn. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.