ECLI:NL:PHR:2006:AU6094
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door buurman niet vastgesteld bij vogelsterfte door plastic op erf
Eiser en verweerder zijn buren; eiser houdt vogels in volières achter zijn woning. Eiser vordert schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige daad van verweerder, die plastic op zijn erf had aangebracht, wat volgens eiser stress en sterfte bij zijn vogels veroorzaakte.
De rechtbank achtte de onrechtmatigheid van verweerders handelen bewezen en wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit oordeel en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat het plaatsen van plastic op eigen terrein niet per definitie onrechtmatig is, tenzij met het doel te schaden of als het belang van de ander onevenredig wordt geschaad.
Verweerder stelde dat het plastic was aangebracht om ransuilen te verjagen en inwatering te voorkomen, wat door eiser onvoldoende werd weersproken. Het hof achtte het onaannemelijk dat verweerder met het plastic de vogels van eiser bewust zou hebben willen schrik aanjagen, mede omdat verweerder zelf ook vogels hield.
In cassatie klaagde eiser over de uitleg van het hof en de toegepaste maatstaf voor onrechtmatigheid, maar de Hoge Raad verwierp deze klachten. Het hof had de grenzen van de rechtsstrijd niet overschreden en de gehanteerde maatstaf was passend. De klachten over onvoldoende weersproken stellingen en het betrekken van het houden van vogels door verweerder bij het oordeel faalden eveneens.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep ongegrond is en bevestigt het arrest van het hof, waarmee de vordering van eiser wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd, waardoor de vordering van eiser wordt afgewezen.