ECLI:NL:PHR:2006:AU6934
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid dijkbeheerder voor koprotschade door gestorte uien op dijk
In deze zaak vordert een uienteler schadevergoeding van een dijkbeheerder die uien als schapenvoer op een nabijgelegen dijk heeft gestort, waarna de uien zijn gaan rotten en mogelijk koprot veroorzaakten bij de uienteelt van de eiser. De rechtbank wees de vordering af vanwege onvoldoende bewijs van causale verband en geringe hoeveelheid achtergebleven uien.
Het gerechtshof oordeelde aanvankelijk dat het storten van uien zonder zorg voor verwijdering onzorgvuldig en onrechtmatig was, en paste de omkeringsregel toe voor het causaal verband. Het hof liet een deskundigenbericht opstellen om technische vragen over koprot en verspreiding te beantwoorden.
De Hoge Raad stelt dat het enkele vergroten van de kans op verspreiding van plantenziekten niet automatisch onrechtmatigheid oplevert. Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd in welke mate het handelen van de dijkbeheerder het risico heeft vergroot. Ook is onvoldoende rekening gehouden met factoren als gebruikelijkheid en maatschappelijk nut van het voeren van uien aan schapen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het bewijsaanbod van de dijkbeheerder niet heeft toegelaten tegen het vermoeden van causaal verband. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het oordeel dat het storten van uien zonder verwijdering onrechtmatig is en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling.