ECLI:NL:PHR:2006:AU7936
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bindend karakter schademodel bij bodemverontreiniging en afwijzing beroep op volledige schadevergoeding
In deze zaak vorderen appartementseigenaren schadevergoeding van de gemeente vanwege bodemverontreiniging door vervuild havenslib in de Steendijkpolder te Maassluis. De eigenaren hadden hun woningen in de jaren zeventig gekocht en werden geconfronteerd met waardevermindering door de verontreiniging en het feit dat hun woningen op een voormalige vuilstortlocatie waren gebouwd.
De gemeente en de Vereniging van Voormalige Eigenaren (VVEAS) sloten een vaststellingsovereenkomst waarin een schademodel werd vastgesteld om de waardevermindering te berekenen. Dit model baseerde zich op taxaties van woningen in niet-verontreinigde staat, gecorrigeerd voor verbeteringen en marktontwikkelingen, en vergeleek deze met de daadwerkelijke verkoopprijs. De eisers stelden dat dit model onjuist was en dat zij recht hadden op volledige schadevergoeding, onder meer op basis van een vast percentage waardevermindering.
De rechtbank wees de vorderingen af, en het hof bevestigde dit oordeel. De Hoge Raad overweegt dat partijen vrij zijn om een methode voor schadevaststelling overeen te komen, ook als deze afwijkt van een door een partij gewenste methode. Het schademodel beoogt een concrete en redelijke benadering van de schade en is niet onaanvaardbaar. Het beroep op dwaling en op volledige schadeloosstelling faalt omdat de eisers op de hoogte waren van de consequenties van het schademodel en dit vrijwillig hebben aanvaard.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het schademodel bindend is en dat de eisers niet aanspraak kunnen maken op een hogere schadevergoeding dan volgens dat model.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het schademodel blijft bindend voor de schadevaststelling.