ECLI:NL:HR:2000:AA5651
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- R. Herrmann
- A.E.M. Van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Waardevermindering woningen door bodemverontreiniging en sanering in Merwedepolder Dordrecht
De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Dordrecht en Stokvast B.V. over schadevergoeding wegens waardevermindering van woningen gebouwd op verontreinigde grond in de Merwedepolder. De Gemeente had de grond verkocht onder oplegging van een bouwplicht, terwijl zij wist of behoorde te weten dat de bodem was verontreinigd door industrieel afval.
De Rechtbank Dordrecht oordeelde in 1987 dat de Gemeente onrechtmatig had gehandeld door het exploiteren van vuilstortplaatsen en het verkopen van verontreinigde grond zonder onderzoek of informatieplicht, en veroordeelde de Gemeente tot schadevergoeding. Na sanering van het gebied in 1989 en herverhuur van de woningen ontstond discussie over de wijze van schadeberekening.
Stokvast vorderde vergoeding van waardevermindering per peildatum 1 september 1988, terwijl de Gemeente stelde dat de waardering moest plaatsvinden na voltooiing van de sanering en marktstabilisatie. Het Hof koos voor een abstracte schadeberekening zonder rekening te houden met de sanering, wat de Hoge Raad vernietigde. De Hoge Raad bevestigde dat de schade moet worden berekend op basis van de actuele situatie na sanering en marktstabilisatie, en bekrachtigde het vonnis van de Rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank dat waardevermindering van woningen door bodemverontreiniging moet worden berekend na sanering en marktstabilisatie.