ECLI:NL:PHR:2006:AU8325
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident en ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenvonnis over arbitraal beding
In deze zaak vordert Nationale Nederlanden schadevergoeding als gesubrogeerde van haar verzekerde tegen eiseres, die een arbitraal beding in algemene voorwaarden aanvoert. De rechtbank verklaarde zich bevoegd na bewijslevering en wees het incidentele beroep van eiseres af. Eiseres ging in hoger beroep, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het ging om tussenvonnissen waartegen volgens art. 337 lid 2 Rv Pro geen tussentijds hoger beroep openstaat zonder verlof.
Het hof bevestigde dit oordeel en verklaarde eiseres niet-ontvankelijk in hoger beroep. Eiseres stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad oordeelde dat ook tegen dit tussenarrest geen afzonderlijk cassatieberoep openstaat zonder toestemming van de rechter, die hier niet was verleend.
De Hoge Raad overwoog dat de hoofdregel van art. 337 lid 2 Rv Pro sinds 2002 geldt, waardoor tussenvonnissen in principe niet tussentijds kunnen worden bestreden, ook niet als het gaat om de beoordeling van de bevoegdheid bij arbitraal beding. Het argument dat dit een leemte is vanwege het openbare orde-karakter van bevoegdheidsvragen werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat proceseconomie en rechtszekerheid prevaleren en dat de rechter verlof kan verlenen voor tussentijds beroep, maar dat dit hier niet is gebeurd.
Daarmee werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard en bleef het tussenvonnis van het hof in stand dat het hoger beroep van eiseres niet ontvankelijk verklaarde.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen verlof voor tussentijds beroep was verleend.