ECLI:NL:PHR:2006:AV4091
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verduistering met opzet op wederrechtelijke toe-eigening van rijbewijs
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte bij verstek is veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder verduistering van een rijbewijs. Het hof baseerde zijn oordeel op het feit dat in de woning van verdachte een koffer met een rijbewijs en valse paspoorten werd aangetroffen, terwijl het rijbewijs een maand eerder als vermist was opgegeven.
De verdediging voerde aan dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kon worden afgeleid dat verdachte zich als heer en meester van het rijbewijs had gedragen. De Hoge Raad overweegt echter dat het willens en wetens bewaren van het vermiste rijbewijs in een koffer met vervalste documenten, die werden gebruikt voor het verzilveren van cheques, wel degelijk duidt op opzettelijke wederrechtelijke toe-eigening.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de bewezenverklaring en veroordeling van verdachte tot vier maanden gevangenisstraf. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van art. 321 Sr Pro omtrent het begrip wederrechtelijke toe-eigening en de bewijslast daaromtrent.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf wegens verduistering.