ECLI:NL:PHR:2006:AV6095
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken novum en onvoldoende bewijs psychische overmacht
De Rechtbank Amsterdam heeft de aanvrager veroordeeld wegens medeplegen van verduistering in een overval op een geldtransportauto, waarbij een gevangenisstraf van twee jaar en een schadevergoedingsmaatregel van €886.500 zijn opgelegd.
De aanvrager verzoekt herziening op grond van een anonieme brief waarin wordt gesteld dat hij onder bedreiging van mededaders tot het delict zou zijn gedwongen, wat een beroep op psychische overmacht zou rechtvaardigen. De brief bevat beschrijvingen van ontvoering en bedreigingen met wapens.
De Hoge Raad onderzoekt de authenticiteit en betrouwbaarheid van de brief en de getuige. De getuige weigert zijn verklaring te bevestigen en blijkt bovendien onjuistheden te bevatten over detentiegegevens. Hierdoor ontbreekt het aan een novum zoals bedoeld in art. 457 lid 1 onder Pro 20 Sv.
Verzoeken om aanvullende bewijslevering, zoals geluidsopnamen en getuigenverhoren, worden afgewezen omdat de herzieningsprocedure daarvoor geen ruimte biedt. Ook het verzoek tot herziening van de civiele schadevordering wordt niet gehonoreerd omdat die via het strafrecht niet kan worden herzien.
De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek ongegrond en bevestigt daarmee de eerdere veroordeling en strafoplegging.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard en de eerdere veroordeling blijft in stand.