ECLI:NL:HR:2004:AO3665
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuw feitelijk novum in moordzaak Leidschendam
De Hoge Raad behandelde een herzieningsverzoek van een veroordeelde vrouw die in 1986 werd veroordeeld voor doodslag en valsheid in geschrifte. Het verzoek was gebaseerd op nieuwe deskundigenrapporten en een interview met een destijds betrokken politieman, waarin werd gesteld dat de bekentenis mogelijk vals was en het handschrift op de cheques niet van haar was.
De Hoge Raad oordeelde dat de nieuwe rapporten en het interview geen feiten of omstandigheden bevatten die niet reeds bekend waren bij het Hof en die een ernstig vermoeden van onschuld zouden kunnen wekken. De deskundigenrapporten betroffen vooral meningen en conclusies die niet als novum konden gelden. Bovendien was het Hof destijds uitgebreid ingegaan op de geloofwaardigheid van de bekentenissen en de wijze van verhoor.
Ook werd gewezen op het feit dat een verzoek om aanvullend onderzoek tijdens de behandeling van het herzieningsverzoek niet is toegestaan. De Hoge Raad verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk respectievelijk wees het af en zag geen aanleiding tot benoeming van een raadsheer-commissaris voor nader onderzoek.
De uitspraak bevestigt de strikte criteria voor herziening en het belang van feitelijke nieuwheid van bewijsmateriaal om een eerdere veroordeling te herzien.
Uitkomst: Herzieningsverzoek afgewezen wegens ontbreken van nieuw feitelijk novum dat vrijspraak zou rechtvaardigen.