ECLI:NL:PHR:2006:AV7032
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over beroep tegen afwijzing inzage proces-verbaal getuigenverhoor curator in faillissement
Deze zaak betreft een geschil tussen een curator en voormalige bestuurders van de failliete vennootschap KPNQwest over het verkrijgen van een afschrift van het proces-verbaal van een getuigenverhoor ex art. 66 Faillissementswet Pro. De ex-bestuurders, tevens leden van de Raad van Commissarissen, wilden inzage in het verhoor van de accountant van KPNQwest, omdat deze verklaring relevant was voor hun verdediging in verzekeringsprocedures.
De rechter-commissaris weigerde het afschrift te verstrekken, stellende dat het verhoor achter gesloten deuren plaatsvond en het proces-verbaal tot het niet-openbare deel van het faillissementsdossier behoort. Daarbij werd het ontbreken van een boedelbelang benadrukt, waardoor het verzoek werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de ex-bestuurders niet-ontvankelijk, omdat de beslissing van de rechter-commissaris niet als een beschikking in de zin van art. 67 Faillissementswet Pro werd aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigt dit oordeel en stelt dat beslissingen van de rechter-commissaris op grond van art. 66 Faillissementswet Pro, behalve preparatoire beslissingen, wel degelijk als beschikkingen gelden waartegen beroep openstaat. De beslissing om het proces-verbaal niet te verstrekken valt onder deze bevoegdheid en is daarmee aan beroep onderworpen. De zaak wordt verwezen voor verdere behandeling. Het arrest benadrukt tevens dat het verstrekken van proces-verbalen aan derden zorgvuldig moet worden afgewogen tegen het boedelbelang en de privacy van betrokkenen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over het beroep tegen de afwijzing van inzage in het proces-verbaal.