ECLI:NL:HR:2004:AO6022
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen beslissing rechter-commissaris inzake getuigenverhoor in faillissement
Verzoeker is op 22 augustus 2001 failliet verklaard en de curator is aangesteld. Op 7 oktober 2002 vond een getuigenverhoor plaats op grond van artikel 66 Faillissementswet Pro, waarbij verzoeker en zijn raadsman aanvankelijk aanwezig waren. De curator maakte bezwaar tegen hun aanwezigheid, waarop de rechter-commissaris besloot verzoeker en zijn raadsman niet toe te laten tot het verhoor. Verzoeker verliet daarop het verhoor.
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze beslissing bij het gerechtshof Arnhem, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet tijdig en niet bij de juiste instantie was ingesteld. Verzoeker stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van de rechter-commissaris een beschikking is waarop artikel 67 lid 1 Faillissementswet Pro van toepassing is, waardoor hoger beroep binnen vijf dagen bij de rechtbank mogelijk is. Omdat verzoeker het hoger beroep niet tijdig en bij de juiste instantie heeft ingesteld, faalt het cassatieberoep. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkverklaring door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris.