ECLI:NL:PHR:2006:AW4015
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid aankoopkosten deelneming bij fiscale eenheid en voeging
In deze zaak staat centraal of aankoopkosten van een deelneming aftrekbaar zijn in het jaar waarin de deelneming wordt gevoegd in een fiscale eenheid. De belanghebbende had in 1995 aankoopkosten geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van haar deelneming. In 1998 werd de deelneming gevoegd in een fiscale eenheid, waarna de aankoopkosten ten laste van de winst werden gebracht. De inspecteur schrapte deze aftrek, waarop de belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij het Hof.
Het Hof oordeelde dat het in overeenstemming met goed koopmansgebruik was om de aankoopkosten in het jaar van voeging ten laste van de winst te brengen en verklaarde het beroep gegrond. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in met het verweer dat door de fiscale voeging fiscaalrechtelijk geen sprake meer is van een deelneming en dus ook niet van geactiveerde aankoopkosten.
De Hoge Raad overweegt dat door de voeging de deelneming en daarmee ook de aankoopkosten van de balans verdwijnen, waardoor aftrek in het jaar van voeging niet mogelijk is. Dit volgt uit het totaalwinstbegrip en de werking van de fiscale eenheid. Ook na ontvoeging kunnen de aankoopkosten niet meer ten laste van de winst worden gebracht. De Hoge Raad concludeert dat het Hof ten onrechte de aftrek van de aankoopkosten heeft toegestaan en geeft in overweging het cassatieberoep gegrond te verklaren en de uitspraak van het Hof te vernietigen.
Uitkomst: De Hoge Raad geeft in overweging het cassatieberoep gegrond te verklaren en het arrest van het Hof te vernietigen, waarmee aftrek van aankoopkosten in het jaar van voeging wordt geweigerd.