ECLI:NL:PHR:2006:AX2037
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen doodslag ondanks redelijke termijnoverschrijding
Verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van doodslag op 25 juli 1997. Het hof stelde vast dat verdachte samen met vier anderen het slachtoffer opwachtte, hem sloeg en dat er meerdere schoten werden gelost. Verdachte was aanwezig in de auto en wist van het wapenbezit binnen de groep. Het hof verwierp het verweer dat er onvoldoende bewijs was voor bewuste samenwerking.
De procedure kende een langdurig verloop, mede doordat verdachte na zijn aanhouding op Curaçao ontvluchtte en zich onder een valse naam in Nederland ophield. Getuigenverhoren vonden deels plaats op Curaçao op verzoek van de verdediging. Het hof oordeelde dat deze omstandigheden bijzondere redenen vormden die het tijdsverloop rechtvaardigden, waardoor geen schending van het recht op een redelijke termijn was.
Verdachte voerde aan dat de wettelijke strafverminderingsgrond van artikel 63 Sr Pro toegepast moest worden vanwege gelijktijdige berechting met een andere zaak, maar dit werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de straf passend had gemotiveerd en de middelen faalden. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van doodslag en oordeelt dat de redelijke termijn niet is overschreden.