ECLI:NL:PHR:2006:AX7487
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest ontnemingsmaatregel wegens motiveringsgebrek en denaturering verklaring
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin een ontnemingsmaatregel van €160.000 is opgelegd aan de veroordeelde. De Hoge Raad oordeelt dat het arrest niet voldoet aan de vereiste dat de vordering van de advocaat-generaal in het arrest moet worden opgenomen, maar dat dit verzuim kan worden hersteld door de stukken. Tevens is het hof tekortgeschoten door een verklaring van betrokkene onjuist weer te geven, waardoor deze een andere betekenis kreeg dan bedoeld.
De Hoge Raad bespreekt meerdere middelen, waaronder het ontbreken van een nadere beslissing op de door de verdediging gestelde kosten, en het oordeel van het hof dat het transport eind mei 1998 heeft plaatsgevonden terwijl betrokkene verklaarde dat dit niet het geval was. Dit laatste is een voorbeeld van denaturering, wat slechts onder strikte voorwaarden toelaatbaar is en hier niet is toegestaan.
Verder wordt ingegaan op het bezwaar dat het langdurig beslag op eigendommen van de veroordeelde een inbreuk op het eigendomsrecht vormt. Het hof oordeelde dat dit geen invloed heeft op de ontnemingsmaatregel, wat door de Hoge Raad wordt bevestigd. Uiteindelijk leidt dit tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak voor hernieuwde behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.