ECLI:NL:PHR:2006:AX9395
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens niet tijdig instellen hoger beroep bij asbestgeschil
In deze civiele zaak staat de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat centraal die verzuimde tijdig hoger beroep in te stellen tegen een vonnis waarbij zijn cliënten tot schadevergoeding aan een derde werden veroordeeld. De cliënten hadden een onroerende zaak gekocht waarin asbesthoudende eternietplaten waren verwerkt, waarvan zij aanvankelijk stelden dat zij hierover niet waren geïnformeerd. De rechtbank en het hof oordeelden echter dat de koper tijdens de bezichtiging was gewezen op de aanwezigheid van asbest in het bijgebouw, waardoor een beroep op dwaling niet slaagde.
De advocaat werd aangesproken wegens beroepsfout omdat hij het hoger beroep niet tijdig had ingesteld, waardoor het vonnis in kracht van gewijsde was gegaan. De Hoge Raad bevestigde dat de beoordeling van de schade moet plaatsvinden aan de hand van de vraag hoe de appelrechter had moeten beslissen, en dat partijen alle relevante gegevens moeten aanleveren om dit te kunnen beoordelen.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de cliënten over het oordeel dat zij op de hoogte waren van de asbestplaten, en bevestigde dat de mededelingsplicht van de verkoper in dit geval niet prevaleerde boven de onderzoeksplicht van de koper. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat de koper rekening moest houden met de aanwezigheid van asbest in het gehele bijgebouw, ook in het gemoderniseerde guesthousegedeelte. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de advocaat is aansprakelijk, maar het beroep op dwaling faalt omdat de koper voldoende was geïnformeerd over asbest.