ECLI:NL:PHR:2006:AX9404
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest poging zware mishandeling wegens onvolledige beoordeling noodweerexces
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor poging tot zware mishandeling van zijn ex-partner op 12 augustus 2000. Het hof stelde vast dat verdachte opzettelijk het slachtoffer meerdere malen sloeg en schopte, waarbij sprake was van voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel. De veroordeling betrof een poging, aangezien geen zwaar lichamelijk letsel was vastgesteld.
De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van noodweer(exces) bij het subsidiaire tenlastegelegde, omdat verdachte zich zou hebben verdedigd tegen een onmiddellijke aanval van zijn ex-vrouw. Het hof verwierp dit verweer zonder inhoudelijke bespreking, omdat het primair tenlastegelegde bewezen werd geacht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het verweer te beperkt heeft opgevat en dat het beroep op noodweer(exces) ook bij bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde had moeten worden onderzocht. De Hoge Raad acht de verwerping van het beroep op noodweer(exces) onbegrijpelijk en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad.
Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, een getuige en een medisch attest, waaruit bleek dat verdachte het slachtoffer meerdere malen sloeg en schopte. Verdachte verklaarde dat hij handelde in het kader van een omgangsregeling met zijn kinderen en zich verdedigde tegen aanvallen van zijn ex-vrouw.
De Hoge Raad benadrukt dat het formele onderscheid dat het hof maakte tussen het primaire en subsidiaire tenlastegelegde juridisch te strikt was en dat het hof de verdediging meer ruimte had moeten geven om het noodweer(exces)verweer ook bij het primaire feit te voeren.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van het arrest.