ECLI:NL:HR:2004:AO5027
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf na verwerping noodweerexcesverweer in bedreigingszaak
De verdachte werd door het Hof veroordeeld tot drie jaar en negen maanden gevangenisstraf en een geldboete wegens onder meer bedreiging met een mes, oplichting en het bezit van een vervalst reisdocument. Het Hof verwierp het subsidiaire beroep op noodweerexces dat door de verdediging werd aangevoerd, omdat verdachte zelf geen verklaring had afgelegd dat hij in een noodweersituatie handelde.
De verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een verklaring van de verdachte niet zonder meer het slagen van een noodweerexcesverweer in de weg staat, maar dat het Hof terecht het verweer verwierp omdat de door de raadsman aangevoerde feiten niet aannemelijk waren gemaakt.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de cassatiefase was overschreden, wat leidde tot een strafvermindering. De gevangenisstraf werd verminderd tot drie jaar en acht maanden. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en bevestigde de overige onderdelen van het arrest. De vorderingen van de benadeelde partijen werden grotendeels toegewezen, behalve die van één benadeelde partij die niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot drie jaar en acht maanden na verwerping noodweerexcesverweer.