ECLI:NL:HR:2002:AD8877
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij poging zware mishandeling
De verdachte werd door het Gerechtshof Leeuwarden veroordeeld voor bedreiging en poging tot zware mishandeling. Het hof stelde vast dat de verdachte met opzet het slachtoffer bij het hoofd had vastgepakt en met grote kracht had verwrongen, waardoor zwaar lichamelijk letsel mogelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat sprake was van voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel, gelet op de ernst van het letsel en de wijze van handelen. Het middel van cassatie faalde op dit punt.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, wat een strafvermindering rechtvaardigde. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor de strafoplegging en verminderde de gevangenisstraf tot negen maanden en twee weken.
Het beroep in cassatie werd voor het overige verworpen en de overige onderdelen van het arrest bleven in stand.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen maanden en twee weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.