ECLI:NL:PHR:2006:AX9709
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarig kind, waarbij de moeder als verzoekster cassatie instelde tegen de beslissing van het gerechtshof Leeuwarden die de beschikking van de kinderrechter bekrachtigde.
De dochter werd in december 2004 onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst vanwege ernstige bedreiging van haar zedelijke en geestelijke belangen en gezondheid, veroorzaakt door de verzwakte gezondheid en psychische onbalans van de moeder. Het hof oordeelde dat de wettelijke maatstaven voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing waren vervuld en dat andere middelen ter bescherming van het kind niet toereikend waren.
De moeder stelde dat het hof onterecht was uitgegaan van informatie van de buurvrouw en onvoldoende rekening had gehouden met verklaringen van psychiaters en psychologen. De Hoge Raad wees dit af omdat in cassatie geen feitenonderzoek plaatsvindt en de verklaringen dateren van na de bestreden beschikking.
Ten slotte stelde de Hoge Raad vast dat de termijn waarvoor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing waren bevolen was verstreken, waardoor de moeder geen belang meer had bij cassatie en daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na het verstrijken van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.