ECLI:NL:PHR:2006:AY0418
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot verlaging partneralimentatie wegens onvoldoende draagkrachtvermindering
In deze zaak staat de vraag centraal of de partneralimentatie, overeengekomen in 1999 en geïndexeerd tot 2004, verlaagd kan worden vanwege een vermeende aanmerkelijke vermindering van de draagkracht van de man. De man, notaris met wisselende bedrijfsresultaten, verzocht de alimentatie vast te stellen op nihil vanaf 1 april 2003. De rechtbank wees dit verzoek deels toe, het hof wees het uiteindelijk af.
De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de draagkracht van de man niet zodanig is verminderd dat de alimentatie niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Het hof heeft terecht rekening gehouden met de variatie in de inkomsten van de man, waaronder een relatief succesvol jaar 2001 en een verbetering in 2003 en 2004. De door de man aangevoerde 'trendbreuk' in notarisseninkomens werd niet als feit van algemene bekendheid aangenomen en was onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast zijn feitelijke noviteiten die de man in cassatie aanvoert, zoals onderhoudskosten voor de kinderen en de aard van bepaalde akten, niet ontvankelijk. De Hoge Raad bevestigt ook dat de zoon die inmiddels 21 jaar is en voltijds in de praktijk werkt, geacht moet worden in zijn eigen onderhoud te voorzien.
De Hoge Raad concludeert tot verwerping van het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de alimentatie niet verlaagd wordt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de partneralimentatie wordt niet verlaagd.