ECLI:NL:PHR:2006:AY7770
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling meineed ondanks vermeende druk tijdens verhoren
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor twee feiten van meineed door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Verdachte stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een ernstige schending van het recht op een behoorlijke procesorde, omdat hij twee keer kort achter elkaar als getuige was gehoord en onder druk was gezet door de rechter-commissaris.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen sprake was van ontoelaatbare druk of schending van het recht op een eerlijk proces. Verdachte had de mogelijkheid om te zwijgen en was niet wettelijk verplicht om te antwoorden. Ook was het niet verplicht om verdachte te wijzen op zijn verschoningsrecht. De verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris werd daarom als bewijs toegelaten.
Verder verbeterde de Hoge Raad een kennelijke misslag in de bewezenverklaring door een deel daarvan te laten vervallen zonder dat dit de aard en ernst van het bewezenverklaarde aantastte. Beide cassatiemiddelen faalden, zodat het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor meineed.