ECLI:NL:PHR:2006:AY7790
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en bewijsgebruik buitengewoon opsporingsambtenaar Keuringsdienst van Waren bij toezicht en strafvervolging
In deze zaak stond centraal of een buitengewoon opsporingsambtenaar van de Keuringsdienst van Waren bevoegd was tot toezicht en opsporing, en of het proces-verbaal dat hij opmaakte als bewijs mocht dienen in een strafzaak wegens het opzettelijk niet voldoen aan een vordering. De verdachte werd veroordeeld wegens het niet opvolgen van een vordering tot medewerking, maar betwistte onder meer de bevoegdheid van de toezichthouder en de bewijswaarde van het proces-verbaal.
De Hoge Raad bevestigde dat de Keuringsdienst van Waren bevoegd was tot toezicht op slachterijen die werken met gespecificeerd hoog risicomateriaal, naast de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees. De buitengewoon opsporingsambtenaar was weliswaar bevoegd tot opsporing van bepaalde strafbare feiten, maar niet voor het misdrijf van artikel 184 Sr Pro, waardoor het proces-verbaal niet als een proces-verbaal ex art. 344.1.2° Sv kon worden aangemerkt, maar slechts als een ander geschrift ex art. 344.1.5° Sv dat ondersteunend bewijs vormt.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de vordering tot medewerking terecht aan de verdachte persoonlijk was gericht, omdat hij zeggenschap had over het bedrijf en het redelijk was medewerking van hem te vorderen. Ook werd geoordeeld dat het hof niet verplicht was te reageren op alle schriftelijke verweren die in een memorie waren opgenomen, tenzij deze uitdrukkelijk en ondubbelzinnig waren gepresenteerd.
Ten slotte werd vastgesteld dat de opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar niet strekte tot het opmaken van een proces-verbaal voor het weigeren van medewerking onder artikel 184 Sr Pro, wat een praktische problematiek oplevert. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot een geldboete wegens het opzettelijk niet voldoen aan een vordering van een toezichthouder.