ECLI:NL:PHR:2006:AY7921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing vordering touring-carchauffeur inzake niet-uitbetaalde tijd-voor-tijd-uren
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen Bovo Tours B.V. en een voormalige touring-carchauffeur over de uitbetaling van niet opgenomen tijd-voor-tijd (TVT)-uren bij het einde van diens dienstverband. De chauffeur vorderde betaling van een groot aantal TVT-uren vermeerderd met wettelijke rente en verhoging. De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit vonnis en kende een bedrag toe gebaseerd op een saldo van 416,5 TVT-uren per 1 januari 1995, waarover Bovo slechts een deel had betaald.
Bovo stelde in cassatie dat het hof ten onrechte niet had gereageerd op haar stelling dat de chauffeur niet tijdig had geprotesteerd tegen de TVT-regeling, een beroep op art. 6:89 BW Pro (rechtsverwerking). De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit verweer terecht als een beroep op verjaring had opgevat en verworpen, mede omdat Bovo zelf het saldo van 416,5 uren niet had betwist en er geen bijzondere omstandigheden waren om matiging van de wettelijke verhoging toe te passen.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof zijn discretionaire bevoegdheid tot matiging van de wettelijke verhoging had uitgeoefend met voldoende motivering. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef en de chauffeur recht kreeg op de gevorderde betaling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Bovo Tours wordt verworpen en de vordering van de chauffeur tot betaling van niet-uitbetaalde TVT-uren wordt toegewezen.