ECLI:NL:RBMAA:2009:BK8567
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing van CAO en loonvordering ondanks beëindiging algemeen verbindend verklaring
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer tegen zijn werkgever, Soft Drinks International B.V. (SDI). De werknemer stelt dat op zijn arbeidsovereenkomst de CAO voor de Drankindustrie van toepassing is, ook buiten de periodes waarin de CAO algemeen verbindend was verklaard. SDI betwist dit en voert aan dat zij na beëindiging van het lidmaatschap van de werkgeversvereniging en het einde van de algemeen verbindend verklaring de CAO niet meer toepaste.
De rechtbank beoordeelt de uitleg van het incorporatiebeding volgens de Haviltex-maatstaf en concludeert dat de CAO ook buiten de algemeen verbindend verklaarde periodes van toepassing blijft, aangezien geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die het tegendeel bewijzen. SDI heeft eenzijdig de CAO losgelaten, maar dit leidt niet tot rechtsverwerking of wijziging van de arbeidsovereenkomst, mede omdat de ondernemingsraad niet bevoegd was om namens werknemers loononderhandelingen te voeren.
De rechtbank wijst de loonvordering toe tot een bedrag van € 2.274,93 bruto, verhoogd met een wettelijke verhoging van 10%, incassokosten van € 357,- en wettelijke rente. De vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad wordt eveneens toegewezen. SDI wordt veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, incassokosten en rente, met toepassing van de CAO ook buiten de algemeen verbindend verklaarde periodes.