ECLI:NL:PHR:2006:AY9227
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkracht bij geschil tussen voormalige levenspartners
De zaak betreft een geschil tussen voormalige levenspartners over de door de vader te betalen kinderalimentatie voor hun zoon, geboren in 1993. Na beëindiging van de relatie in 1998 verbleef de zoon voornamelijk bij de moeder, met een omgangsregeling waarbij de vader hem enkele dagen per week ontving. Partijen hadden in de jaren 1998-2000 een convenant met afspraken over alimentatie, maar kwamen vanaf 2001 niet meer tot overeenstemming over de bijdrage van de vader.
De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van de alimentatie voor 2001-2003, waarbij zij aansluiting zocht bij de Trema-normen. De man betwistte de hoogte, stelde dat de kosten van verzorging tijdens omgangsdagen in mindering moesten worden gebracht en dat de Trema-tabellen niet lineair doorgetrokken konden worden bij hoge inkomens. De rechtbank wees het verzoek toe, het hof stelde de behoefte van het kind vast op € 1.000 per maand en bepaalde een bijdrage van € 602 per maand, waarbij het de draagkracht van de vader niet kon beoordelen wegens onvoldoende onderbouwing.
In cassatie klaagde de man dat het hof onbegrijpelijk oordeelde dat hij zijn draagkracht niet had inzichtelijk gemaakt, terwijl hij uitgebreide draagkrachtberekeningen had overgelegd. Ook stelde hij dat de kosten die hij maakte tijdens de omgangsperiode in mindering moesten worden gebracht. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk was en dat het hof niet had mogen afzien van een draagkrachtbeoordeling. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor nieuwe beoordeling.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige draagkrachtbeoordeling bij alimentatievaststelling en dat kosten van verzorging tijdens omgangsperioden in beginsel op de draagkracht in mindering behoren te worden gebracht. Tevens is van belang dat de rechter bij hoge inkomens niet zomaar lineair de Trema-tabellen toepast, maar rekening houdt met de werkelijke behoefte en omstandigheden.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak wegens onbegrijpelijk oordeel over draagkracht en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling.