ECLI:NL:HR:2004:AO6422
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid dwangmiddel bij aantreffen drugs in mond verdachte
De zaak betreft een verdachte die op 7 juni 2001 in Amsterdam werd aangehouden op verdenking van drugshandel. De politie kreeg een tip over een dealer met bolletjes drugs in zijn mond. Bij controle vroeg de politie de verdachte zijn mond te openen en zijn tong omhoog te doen, waarna zij bolletjes onder zijn tong zagen. Toen verdachte weigerde deze uit te spuwen en probeerde door te slikken, gebruikte de politie beperkte dwang om hem te beletten de bolletjes door te slikken en druk uit te oefenen om de bolletjes uit te spuwen.
De verdediging stelde dat het dwangmiddel, het zogenaamde strotten, onrechtmatig en disproportioneel was en dat het bewijs daardoor onrechtmatig was verkregen. Het hof oordeelde echter dat geen sprake was van een onderzoek aan het lichaam in de zin van artikel 9 lid 2 van Pro de oude Opiumwet, maar van een rechtmatige vordering tot uitlevering van voorwerpen. Het gebruikte geweld werd als proportioneel beoordeeld gezien het gevaar voor de verdachte en het doel van de inbeslagname.
De Hoge Raad stelde vast dat de verdachte vrijwillig zijn mond had geopend en de inspectie had toegestaan, waardoor het middel dat uitgaat van dwang zonder toestemming feitelijk niet opgaat. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf en oordeelt dat het gebruikte dwangmiddel rechtmatig en proportioneel was.