ECLI:NL:PHR:2006:AY9710
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid feitelijk bestuurder Bonbosch B.V. voor faillissementstekort
Deze zaak betreft een geschil tussen de curator en eiser over bestuurdersaansprakelijkheid van eiser als feitelijk bestuurder van Bonbosch B.V. De vennootschap ging failliet en de curator vordert vergoeding van het tekort op grond van art. 2:248 BW Pro. Eiser voerde verweer en stelde onder meer dat hij niet als feitelijk bestuurder kon worden aangemerkt omdat de statutair directeur verantwoordelijk bleef en de volmacht aan hem was ingetrokken.
De rechtbank en het hof oordeelden dat eiser zich feitelijk als bestuurder heeft gedragen, onder andere door het tekenen van jaarstukken, het aangaan van leningen en het bepalen van beleid, en dat hij daarmee aansprakelijk is voor het tekort. Het hof stelde dat het feitelijk medebeleidsbepalerschap ook kan bestaan zonder dat de formele bestuurder terzijde is gesteld, mits de formele bestuurder het gedoogt.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof het begrip feitelijk bestuurder niet te ruim heeft uitgelegd en dat de bewijslast bij de curator ligt. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de periode van drie jaar voorafgaand aan het faillissement geldt voor onbehoorlijk bestuur, maar dat niet gedurende de gehele periode onafgebroken bestuur vereist is. De cassatie wordt verworpen en de aansprakelijkheid van eiser blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van eiser als feitelijk bestuurder voor het faillissementstekort.