ECLI:NL:PHR:2006:AY9718
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst herzieningsaanvraag moordzaak af ondanks nieuw medisch bewijs
De zaak betreft een herzieningsaanvraag in een moordzaak waarbij de verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk toedienen van een dodelijke hoeveelheid alcohol aan zijn 72-jarige echtgenote, die hij verzorgde en verpleegde, en het nalaten van medische hulp. De verdachte wilde zich het vermogen van het slachtoffer toe-eigenen en had gesprekken gevoerd over manieren om haar te doden.
De herzieningsaanvraag baseerde zich op nieuwe medische deskundigenrapporten die stelden dat de dood van het slachtoffer waarschijnlijker het gevolg was van hartritmestoornissen en een hartstilstand dan van de combinatie van alcohol en medicijnen. Deze rapporten bevatten onder meer microscopische bevindingen van kleine infarcten in het hart en een beoordeling van het effect van alcohol en medicatie.
De Hoge Raad oordeelt dat deze nieuwe rapporten geen novum vormen omdat zij geen feiten bevatten die niet al eerder bekend waren of die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak zou leiden. Het hof had de dood van het slachtoffer toegerekend aan het gehele complex van opzettelijk handelen en nalaten van de verdachte, waaronder het toedienen van alcoholhoudende drank en het nalaten van medische hulp, en niet uitsluitend aan de combinatie van alcohol en medicijnen. De herzieningsaanvraag wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de herzieningsaanvraag af en bevestigt de veroordeling wegens moord.