ECLI:NL:PHR:2006:AZ1108
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling pensioenrechten bij scheiding van tafel en bed vóór arrest Boon/Van Loon
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtelieden over de verdeling van pensioenrechten die de man tijdens het huwelijk heeft opgebouwd. De vrouw vordert aanspraak op deze pensioenrechten, terwijl de man stelt dat de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvp) niet van toepassing is omdat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vóór het arrest Boon/Van Loon van 27 november 1981 heeft plaatsgevonden.
De rechtbank sprak in 1981 de scheiding van tafel en bed uit en bepaalde alimentatieverplichtingen. Later werd het huwelijk ontbonden. De vrouw stelde in hoger beroep dat de pensioenrechten in de verdeling hadden moeten worden betrokken, maar het hof oordeelde dat de huwelijksgoederengemeenschap vóór 27 november 1981 integraal was verdeeld en dat daarom de pensioenrechten niet meer konden worden verdeeld.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en benadrukt dat de regel van overgangsrecht uit het arrest Boon/Van Loon inhoudt dat reeds verdeelde huwelijksgemeenschappen niet opnieuw kunnen worden verdeeld met betrekking tot pensioenrechten. Ook al was de vrouw zich destijds niet bewust van haar recht op pensioenverdeling, dit staat een voltooide verdeling niet in de weg. Het beroep van de vrouw wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat de pensioenrechten niet in de verdeling kunnen worden betrokken omdat de huwelijksgoederengemeenschap vóór het arrest Boon/Van Loon integraal is verdeeld.